Background Image

Lou runs the Venloop

Venloop

Zenuwen, zenuwen, zenuwen. Ik denk dat ik nog nooit zó zenuwachtig voor een race ben geweest als afgelopen zondag. Tegelijkertijd heb ik volgens mij ook nog nooit zoveel zin in een race gehad. Gedurende mijn vijfjarige hardloopcarrière is de Venloop (uitgeroepen tot de leukste finishstraat van Nederland door Runnersworld) voor mij dé wedstrijd van het jaar geworden.

Ik zal je het leed van té overheersende zenuwen besparen. Wellicht schrijf ik hier nog weleens een aparte blog over. Met mijn zenuwachtige gedrag heb ik afgelopen weekend al genoeg mensen, inclusief mijzelf, gek gemaakt. Laten we terug gaan naar dat ene uur, 28 minuten en 44 seconden.

0 – 5 KM
Het startschot klinkt. Okay, let’s do this! Ik kan niet meteen weg, maar ik kan wel al een beetje naar voren dribbelen. Zodra ik over de (meet)streep kom, is het belangrijk om niet té hard te gaan. Dat heb ik mezelf voorgenomen. Te snel starten zorgt altijd voor problemen aan het einde. Ik probeer in het juiste tempo te komen, maar het lukt me niet echt. De eerste kilometer loop ik alsnog iets te snel. Eigenlijk loop ik de hele eerste vijf kilometer te snel. Ik voel op dat moment al dat ik veel moeite moet doen voor dit tempo. Het gaat niet vanzelf. Ik probeer mezelf op te peppen: “Lou, je kan in de eerste vijf kilometer niet al gaan zeuren, probeer te genieten van het lopen en de mensen langs de kant. Je ligt nog prima op schema”. Tegelijkertijd maak ik mezelf gek: “Vorig jaar kwam ik op kilometer zes mijn perfecte haas tegen, waar is die persoon nu?”.

5 – 10 KM
Deze persoon in kwestie komt helaas niet. Om je ook maar meteen uit de droom te helpen. Mijn perfecte haas komt de hele wedstrijd niet. Ik loop het ene moment weer in een groepje en het ander moment ben ik weer op zoek naar een groepje. Op kilometer zeven of acht, ik weet het niet meer precies begint er lichtelijk wat te branden aan de onderkant van mijn tenen en voorvoet. Aan beide kanten. Ik was hier al een beetje bang voor. Toen ik 1,5 week geleden mijn laatste lange duurloop deed, had ik hier ook last van. Hier hield ik toen een dikke blaar aan over. Nu draag ik andere schoenen. Gelukkig kom ik op kilometer 9 door de leukste straat van het hele parcours. Ik hoef voor even niet na de te denken over dat brandende gevoel in mij voeten en het behouden van mijn tempo. Want dat is nog wel dingetje.

10 – 15 KM
Eigenlijk heb ik het op kilometer 11 al zwaar. Ik voel echt dat ik constant aan het vechten ben met mijzelf en mij voeten blijven branden. Veldje is mijn reddende engel op kilometer 13. Op dit stuk haken normaal de meeste mensen af. We lopen op een dijk met wind tegen. Publiek staat er nauwelijks. Je bent hier aangewezen op een goed groepje dat je uit de wind kan houden. Tenzij je topfit bent, dan kun je dit wel aan. Na dit zware stukje, mag je meteen bergop. “Niet te snel Lou, loop jezelf hier nu niet kapot. Neem je tijd, je maakt dit straks wel weer goed”. Eigenlijk blijf ik de hele wedstrijd tegen mijzelf praten. Je denk natuurlijk: “die is gek”. Ja misschien wel, maar op dat moment was mentaal toespreken de enige oplossing.

15 –  20 KM
De laatste loodjes wegen het zwaarst en soms wegen alle loodjes het zwaarst. De man met de hamer die ik op 15 kilometer tegenkom, gaat niet meer weg. Ook een meisje van mijn oude atletiekclub loopt mij voorbij. Ze zegt dat ik mee moet gaan. Maar als ik hier al ga versnellen, dan haal ik het einde van de wedstrijd niet. Ik stamp door en probeer onder die 4.10 minuten per kilometer te blijven. Doordat ik zo met mijzelf bezig ben, kan ik niet echt meer van de mensen om mij heen genieten. Als ik nu de foto’s terugkijk, zie ik niet de meest charmante foto’s. “Nog eventjes en dan is deze ellende voorbij”.

20 – 21,098 KM
“Nog maar één kilometer (en een beetje) en dan ben je klaar”. Mijn doel is om op 1.24.00 uit te komen. Dan heb ik nog ongeveer 5.000 voor het laatste stuk. “1.24.00, 1.24.00, 1.24.00”. Dat spookt de hele tijd door mijn hoofd. Ik kom 10 seconden later dan gepland door. Ik moet nog even doorzetten. Maar mijn lichaam wil eigenlijk niet meer, de pijn in mijn tenen wordt erger. De laatste kilometer word je als deelnemer naar de finish geschreeuwd door het gejuich van alle mensen langs de kant. Deze keer heeft het niet echt het gewenste effect. Op 400 meter voor de finish zie ik mijn zus. Ik denk alleen maar “ik kan niet meer, ik ben misselijk”. Op 100 meter voor de finish zie ik mijn beste vriendinnetje. Ik hoor haar roepen. Ik denk alleen maar: “O nee, ik wil niet overgeven. Waarom ben ik zo misselijk? Je hoeft nog maar een klein  sprintje”. Sprinten lukt helaas niet meer. De misselijkheid overheerst en ik moet zelfs de laatste paar meters een beetje afremmen. Over de streep druk ik mijn horloge uit: 1.28.44.

Uiteindelijk heb ik het redelijk constant gelopen. Maar wel iedere vijf kilometer iets langzamer. Idealiter zou dit andersom moeten. Helaas, gaat ‘idealiter’ bijna nooit op tijdens een hardloopwedstrijd. Ik ben super blij met mijn tijd, mijn lichaam op dit moment iets minder. Ik merk het aan mijn hele lijf. De spierpijn is eindelijk weg, maar ik ben niet vooruit te branden.Ik wilde onder de 1.29.00 en dat is gelukt. Het ging niet van harte, het was geen lekkere race en ik heb mijzelf meerdere keren afgevraagd waarom ik dit ook alweer zo leuk vind. Maar… ik heb gewoon een PR gelopen! 

Dus gaat het een keertje niet goed? Je kunt evengoed nog een PR lopen. Mentaal is ook zo belangrijk tijdens een race. Probeer jezelf te blijven motiveren.

Heb jij afgelopen week een wedstrijd gelopen? Hoe ging dat?

Lou

Lou houdt van reizen, hardlopen én schrijven. En het liefst allemaal tegelijk. Zo vaak, als haar 24 vakantiedagen het toelaten, probeert ze te reizen. Ze droomt dan ook over het ontdekken van de wereld op haar hardloopschoenen.

Geen reacties

Plaats een reactie