Background Image

Lou runs the CPC Loop

CPCloop_DenHaag

Als het startschot stipt om 12.00 klinkt, heb ik al een halve race achter de rug en raast de adrenaline al geruime tijd door mijn lijf. Door het ontregelde treinverkeer was het even heel erg spannend of ik überhaupt de wedstrijd wel zou kunnen lopen. Dan had ik voor niets in mijn blote kont op het Malieveld gestaan.

Als zondagochtend de wekker gaat ben ik niet helemaal zeker van mijn zaak. Ik heb namelijk slecht geslapen. Ik maak een ontbijtje en pak mijn spullen in. Op station Breda heb ik afgesproken met Marloes en Elles. Marloes heeft een blessure, maar gaat toch mee om ons (en haar vriend en de man van Elles, die de halve marathon lopen) aan te moedigen. Vol goede moed stappen we om 09.39 in de trein. Alles lijkt goed te gaan, tot we in Dordrecht worden verzocht om de trein te verlaten. Deze trein rijdt niet meer verder. Op het perron blijkt dat er geen treinverkeer mogelijk is naar Rotterdam. En als je naar Den Haag wilt, dan moet je over Rotterdam. Domper, want de NS roept doodleuk om dat er ook nog geen alternatief reisadvies beschikbaar is. Nou leuk, daar staan we mooi te kijken in ons trainingspak. Aan alle felgekleurde jasjes en tights te zien, zijn we niet de enige die Den Haag als eindbestemming hebben. Ik raak lichtelijk in paniek. Ik ken dit. Ik reis bijna elke dag met de trein en ik ben inmiddels een ware ‘vertragingsspecialist’. Dit kan nog wel eens verkeerd uitpakken.

Totdat ik Elles opeens een sprintje zie trekken. Waar gaat ze naartoe? Op dat moment hoor ik een NS medewerker tegen wat andere mensen zeggen dat er aan de achterkant van het station snelbussen naar Rotterdam klaar staan. Huh. Hoe kan dat nu zo snel? Normaal doet de NS daar wel een paar uurtjes over. Ik ben blij want die paar uurtjes zouden ons een PR hebben gekost. Marloes en ik rennen Elles achterna. Als we bij de bussen aankomen, zien we dat deze al voor 80% volzitten. De buschauffeur telt en roept alle mensen die na ons komen een halt toe. In de bus hebben wij de allerlaatste drie plekjes. Wat een geluk. Ik vind het wel raar dat die bussen er al stonden. Later blijkt dat er al geplande werkzaamheden waren. Die seinstoring tussen Dordrecht en Rotterdam was nog een extraatje.

De bus is helaas niet heel erg snel. Rotterdam heeft last van veel rode stoplichten. Als we aankomen op Rotterdam Centraal moeten we weer een sprintje trekken om de laatste trein richting Den Haag Centraal te redden. Of ja, de laatste. De laatste waarmee wij de race nog redden. We moeten namelijk nog ons startnummer ophalen én ik moet mijn korte broekje nog aan. Ik begin mij toch een beetje zorgen te maken. De trein vertrekt op tijd naar Den Haag Centraal. We komen daar als alles goed gaat om 11.17 aan. De 10 kilometer begint om 12.00. Het zou moeten lukken. Maar de wedstrijdspanning die ik toch al had, wordt langzaam een klein beetje erger. “Ik moet zeker nog zes keer naar de WC, ik heb mijn kort hardloopbroekje nog niet aan, we moeten ons startnummer ook nog ophalen en ergens onze tassen droppen. Hoe gaan we dit in godsnaam redden?!”. De trein komt ook nog eens een paar minuten later aan op Den Haag Centraal. Zodra we uitstappen nemen Elles en ik afscheid van Marloes. Zij gaat naar het 5 kilometerpunt om ons daar op te wachten. Elles en ik zetten de pas erin en gaan op zoek naar het wedstrijdsecretariaat. Hier moet ons startnummer liggen. Het zou nu moeten lukken. Even dat startnummer ophalen en dan gauw omkleden.

Bij het wedstrijdsecretariaat moet ik even slikken. Het is hier druk. Té druk voor ons. Als we hier in de rij moeten gaan staan, dan kunnen we het wel vergeten. Onze enige optie zou dan zijn om in een later startvak te starten. Maar dat willen we natuurlijk niet. De zenuwen beginnen langzaam de overhand te nemen. Wat nu? Ik besluit het te gaan vragen bij een mevrouw waar het niet zo druk is. Ze zegt dat we helemaal in de hoek moet aansluiten, daar zit een mevrouw die ons verder kan helpen. We weten niet precies welke rij ze bedoelt. De lange of de korte rij. Elles en ik splitsen ons op. Ik in de lange rij, zij in de korte rij. Het is inmiddels bijna kwart voor 12. Gelukkig is Elles snel aan de beurt en ze heeft geluk. Want daar zit Henny. Henny is onze hoop in barre tijden. Ze heeft ons deze week ook al toegang gegeven tot het eerste ‘Atleten’ startvak en nu kan ze ons ook het juiste startnummer geven. Bij deze: “Henny je bent de beste!”.

We hebben geen tijd om te zoeken naar iets waar we ons kunnen omkleden, we gaan naar de zijkant van het wedstrijdsecretariaat. Aan de kant van de startvakken. Ik wissel snel van broek en spuit wat Perskindol op mijn bovenbenen. Ik weet niet wie allemaal heeft kunnen genieten van mijn blote kont, maar het kan mij ook even niet schelen. We droppen onze tassen ergens op een kar waar wat extra uitklaptafels staan en rennen dan naar de dichtstbijzijnde dixi. Normaal gesproken zijn de dixi’s mijn beste vrienden voor een wedstrijd. Dit keer kan ik maar één keertje gaan. Een keertje maar! Dat baart mij een klein beetje zorgen. Maar we moeten ook nog ergens een klein beetje inlopen. Dit blijkt door de drukte ook niet zo makkelijk. Die kleine schattige straatjes in het centrum van Den Haag zijn opeens wat minder leuk. We vinden een klein rondje en rennen dit drie keer. Daarna is het tijd om naar het startvak te gaan. Door deze zenuwslopende ochtend heb ik volgens mij al mijn energie al verspilt. De adrenaline giert daarentegen volop door mijn lijf. Zou dat positief zijn…?

Nog één minuut. Ik spring nog wat op en neer om warm te blijven. 3,2,1… daar gaan we. Ik heb besloten om netjes bij Elles te blijven. Zij heeft vorige week een mega goed PR op de 15 kilometer gelopen en is iets zekerder van haar zaak dan ik. We gaan snel, naar mijn gevoel misschien wel iets te snel. Maar ik moet en zou bij Elles blijven. Ik ben onzeker, kan ik dit tempo volhouden? Moet ik niet iets afremmen om te voorkomen dat het me aan het einde van de race opbreekt? Godver! Waarom twijfel ik ook altijd over alles? Ga gewoon door en je ziet wel waar het schip strand. Kilometer een, twee en drie kom ik door op een tijd ruim onder de 4 minuten per kilometer. Ik loop normaal nooit zo snel. Op vier kilometer merk ik dat er klein beetje verval in komt. Ik kom deze kilometer één seconde boven de vier minuten per kilometer uit. Ik zeg tegen mijzelf, het maakt niet. Gewoon lekker door blijven lopen. Elles zit net iets voor mij. Ik vraag me af of zij het zwaar heeft.

Iets na het 5 kilometerpunt komen we aan bij het Scheveningse Bos, daar gaat het een beetje bergop. Dit kan ik echt niet aan nu. Kom op ik heb het al zwaar. Waarom zit er nu in godsnaam zo’n bergje in. Ik besluit deze op eigen tempo op te lopen, als ik nu te hard doortrek dan kom ik deze klap niet meer te boven. Ik heb ook nog eens dorst, waarom is er nog geen drankpost geweest, normaal zitten die toch op het 5 kilometerpunt? Oh, we gaan weer een beetje bergaf. Kom op Lou, nu zorgen dat je dat op adem komt. Dat gaat redelijk, ik zie Elles nog steeds voor mij lopen, maar ik merk dat ze iets meer afstand neemt.

Mmm. Wat ga ik hieraan doen? Ik zie een drankpost en besluit eerst een bekertje water te nemen. Altijd weer een crime om het water in je mond te krijgen in plaats van in je gezicht en over je shirt. Het lukt half. Maar dat boeit ook niet. Ik loop nog steeds, maar krijg een mentale knak op zeven kilometer. Ik loop vijf seconden boven de vier minuten en ik krijg pijn in mijn linkerzij. Van die korte vervelende steken. Ik probeer er niet te veel mee bezig te zijn, maar ik zie op hetzelfde moment wel dat ik Elles moet laten gaan. Dat doet pijn. Ik kan nu twee dingen doen: bij de pakken neer gaan zitten of doorzetten en zorgen dat ik onder die verdomde 40 minuten uitkom. Ik blijk mezelf te kunnen herpakken en loop kilometer acht weer in een mooie tijd. Op kilometer negen krijg ik weer een klap, die pijn in mijn zij wil niet weggaan en dat stomme duiveltje op mijn schouder wil niet stoppen met zeggen dat ik het toch niet kan. Wat lul je nou. Ik hoef nog maar één kilometer en ik heb nog vier en een halve minuut over. De laatste kilometer zeg ik alleen maar tegen mijzelf dat het gaat lukken. Ik heb geen andere keus meer. Dit is hét moment.

Als ik over de finish kom en op mijn hardloophorloge kijk staat er een tijd van 39 minuten en 21 seconden (die 22 seconden komen van de officiële geregistreerde tijd). En dan is dát moment waar ik zolang naartoe gewerkt heb eindelijk daar. Ik loop een 10 kilometer wedstrijd ruim onder de 40 minuten. Om precies te zijn 39 minuten en 22 seconden. Ik zeg er eerlijk bij dat mijn hardloophorloge aangaf dat het 50 meter minder was. Maar alsnog zou ik dan onder die 40 minuten uitkomen. Ik zeg ook eerlijk dat ik het liefste met Elles meegelopen had, maar dat zat er dit keer duidelijk niet in. Zij loopt een droomtijd van 38 minuten een 58 seconden. Super goed. Ze heeft die derde plek (van alle vrouwen op de 10 kilometer) dubbel en dwars verdiend.

Begin van de week baalde ik een beetje dat ik zelf die 38 minuten niet in mij had en dat ik niet echt helemaal kapot over de finish kwam. Ik kan mijzelf niet zo goed pijnigen in een wedstrijd en helemaal tot het gaatje gaan. Maar wat maakt het uit. Ik heb eindelijk die ^&@*! magische grens overschreden. Bovendien is zesde vrouw ook een mooie prestatie. En dit was niet eens een focus wedstrijd. Die staat over ruim een week op het programma. Dit geeft heel veel vertrouwen. Een goede tijd zou erin moeten zitten. Je weet alleen nooit wat de vorm van de dag is. Dat is altijd spannend. Ik probeer nu heel te blijven en niet ziek te worden.

IK HEB EINDELIJK ONDER DE 40 MINUTEN OP DE 10 KILOMETER GELOPEN!!!

Was jij bij de CPC Loop afgelopen zondag? Hoe ging jouw wedstrijd?

*Photo credits: Roderick Cremers

Lou

Lou houdt van reizen, hardlopen én schrijven. En het liefst allemaal tegelijk. Zo vaak, als haar 24 vakantiedagen het toelaten, probeert ze te reizen. Ze droomt dan ook over het ontdekken van de wereld op haar hardloopschoenen.

Geen reacties

Plaats een reactie