Background Image

Een lange duurloop: als 30 opeens het nieuwe 20 is geworden

Lange Duurloop
Marathon Rotterdam diary, part VII. 30. Dit getal is nogal een dingetje voor mij. Niet alleen in kilometers, maar ook in jaren. Bij de 30 ‘moet’ je een soort van alles op orde hebben in je leven. Een goede baan, een leuke relatie, een fijne spaarrekening, een fantastisch social leven én een strak-in-je-pak-lichaam. Oh ja en de honderden bestemmingen, die nog op je lijstje staan, hebben bezocht. Nu ik bijna 28 word lijkt het alsof de tijd toch wel een beetje begint te dringen. En krijg ik het heet onder mijn hardloopvoeten. Zo kreeg ik het ook heet van die andere 30 grens. Die grens van die 30 kilometer lange duurloop.

“Wat zit je nu te zeuren? Het verschil tussen 28 en 30 is toch niets. Dat zijn maar twee kilometer.” Dat kreeg ik afgelopen week te horen. Nu klopt dit natuurlijk ook. Het zijn ‘maar twee kilometer’. En met alle kilometers die ik er de laatste weken uitgooi, moet dit ook een eitje zijn. Toch is dit een soort van magische grens, die 3-0. Een beetje zoals bij 30 worden. Het lijkt zo’n big deal. Of beter gezegd. Ik maak er een big deal van. Inderdaad. Net als bij die leeftijdsgrens — Want hallo! dat duurt nog een dikke twee jaar. Maar als je eenmaal op weg ernaartoe bent, dan is het eigenlijk hartstikke leuk. Soms een beetje shaky. Maar uiteindelijk gaat het sneller en makkelijk dan je denkt. En maak je je druk om niets.

Zo bleek ook afgelopen zondag. Wat op het begin zo ‘eng’ leek, bleek helemaal niet eng te zijn. Bij 20 kilometer, dacht ik zelfs: nog maar 10 kilometer. Zo idioot. Dat 10 kilometer nadat je er al 20 kilometer op hebt zitten opeens zo weinig lijkt. Bizar! Na afloop was ik dan ook een klein beetje euforisch. Ook al is het verschil tussen 28 en 30 kilometer niet groot. Het verschil voelde heel groot. Als je 50.01 minuten op een 10 kilometer loopt, of 49.58. Dat zijn maar 3 seconde. Maar die voelen ook altijd groot. Ik vond het vooral zo bijzonder dat mijn lichaam zo snel lijkt te wennen aan die kilometers. Natuurlijk voelde ik mijn benen en pijnlijke voet echt wel. Maar conditioneel kon ik het heel goed aan. Ook het eten en drinken tussendoor gaat goed. Ik begin er zowaar aan te wennen. Zo erg zelfs dat het heel gewoon is geworden dat je op 8 kilometer je eerste snoepjes pakt, daarna een gelletje en dan nog een keertje een gelletje.

Het grappige. Deze week zei ik zelfs nog: “komende zondag hebben we maar 22 kilometer op het programma staan.” Terwijl ik het zei, werd ik opeens heel bewust van mijn opmerking. Zeg ik nu ‘maar 22 kilometer’? Want voorheen was 22 kilometer een afstand die ik misschien vijf keer per jaar liep. Inclusief wedstrijden. Ik vind het heel bijzonder dat je lichaam relatief eenvoudig kan opbouwen naar die langere afstanden. Als je het maar geleidelijk opbouwt. Natuurlijk heb ik ook mijn pijntjes. En maak ik mij daar soms zorgen over. Alleen dat weegt niet op tegen het sterker worden.

Bottom line. Ik ben niet meer bang om die 28 te passeren en ook niet meer om die 30 te passeren. Niet in kilometers en niet in leeftijd. Wat weet je wat het? Die 30 kilometers was uiteindelijk ook niet zo eng. En wat je ervoor terugkrijgt krijgt, weegt niet op tegen die kleine pijntjes en hobbels op de weg. En, anderzijds. Ik kan er toch niet voor weglopen. Of beter gezegd voor wegrennen. Ik kan maar beter van alle stappen die ik maak genieten. Want voordat je het weet is het april (de marathon én verjaardagsmaand) Die 35 is trouwens wel weer een ander verhaal. Maar daar hebben we het nog wel een keertje over…

Lees hier mij vorige Rotterdam Marathon diary terug.

Lou

Lou houdt van reizen, hardlopen én schrijven. En het liefst allemaal tegelijk. Zo vaak, als haar 24 vakantiedagen het toelaten, probeert ze te reizen. Ze droomt dan ook over het ontdekken van de wereld op haar hardloopschoenen.

1 Comment
  • Adri

    Lou,

    leuk verhaal. Ben zelf een 50-plusser, maar ik kan me er iets bij voorstellen. De 30, maar er komt ook een 40 en 50. Maar toch, lopen kun je tot ……

    En wat betreft de 30k. In je voorbereiding voor de marathon zul je niet meer dan 35 of 36k lopen. En in de marathon zelf uiteraard de 40k en uiteindelijk de 42.195! Ik weet nog goed, mijn eerste marathon, Rotterdam, ik passeerde het 40 kilometer punt. Wow, wat een kick gaf dat en uiteindelijk de laatste 2.195 meter zo gaaf.

    Succes met de voorbereiding en vooral genieten van je eerste marathon.

    Groetjes,

    Adri

    23 februari 2017 at 18:23 Beantwoorden

Plaats een reactie