Background Image

De magische hel van de Marathon Rotterdam

Marathon
Op Lourunstheworld is het al een tijdje stil. Dat heeft verschillende redenen. Ik wist eigenlijk ook niet of ik mijn marathonverhaal wel wilde vertellen. Want ik heb bewust een beetje social-media-loos genoten van alle hardloopmomenten afgelopen maanden. Natuurlijk een fotootje hier en daar. Maar dat was het wel. Waarom ik dit deed? Omdat ik intens van hardlopen houd. En dat gevoel was ik een beetje kwijt. Ik was zoveel bezig met hardlopen op Instagram en fotootjes maken, dat ik soms een klein beetje vergat waarom ik eigenlijk liep. Het plezier in hardlopen was weg. Vandaar dat ik in december besloot om het anders aan te pakken. Ik zou een marathon gaan lopen.

Ik houd van hardlopen op reis, dat is voor mij het ultieme gevoel van vrijheid. Maar ik houd ook van ‘normaal’ hardlopen. Ik ben echt een die-hard-hardloopster. Ik geniet van rondjes op de atletiekbaan, van mijn hardlooprondjes op Strava posten, van veel meters maken, van het eindeloos filosoferen over tijden, van het volgen van een trainingsschema, van intervaltrainingen in het bos, van het klagen over de hartslagmeter op mijn horloge en van samen met anderen de race nog duizend keer opnieuw beleven. Maar bovenal houd ik gewoon van het hardlopen: hardlooppakje en schoenen aan en gaan.

Kilometers maken. 
In januari begon ik met trainen voor mijn eerste marathon. Ik wist totaal niet wat ik kon en moest verwachten. Het enige dat ik wist was dat ik wilde genieten en een nieuw doel wilde hebben om naar uit te kijken. Ik liet mij meeslepen door mijn hardloopvriendjes en volgde braaf het schema. Ik sloeg geen enkele training over (alleen die training toen er ontzettend slecht weer voorspeld was: code oranje) en oefende met eten tijdens lange duurlopen. Al bleef ik ook leven, ik dronk soms een wijntje teveel en bleef genieten van lekker eten. Langzaam begon ik te merken dat mijn lichaam sterker werd, ik kon lekker hard tijdens de intervallen en de lange afstanden voelde ook steeds beter. Op een paar na dan. Maar er zijn altijd dagen dat het minder gaat. Voordat ik het doorhad, was het al bijna 9 april. De laatste lange duurloop van 35 kilometer zat erop en ik moest het rustig aan gaan doen. Dat vond ik misschien nog wel het moeilijkste: het taperen. Ik zat zo in het ritme van veel kilometers maken, dat ik helemaal niet rustig aan wilde doen. Ik genoot juist weer van het hardlopen en ik ging als een speer. Als je dan opeens verplicht op de bank moet zitten, dan is dat wel even moeilijk. Zeker voor iemand zoals ik. Stilzitten is niet mijn beste eigenschap. Enfin, ik deed wat ik moest doen.

En toen was het 9 april. 
En toen was het al zondag 9 april. Ik ga je niet vermoeien met mijn zenuwen, die nog nooit zo erg zijn geweest. Er schoot van alles door mijn hoofd: heb ik wel genoeg getraind, ben ik wel sterk genoeg, heb ik wel genoeg gegeten, ben ik vaak genoeg naar de wc geweest, waarom deed ik dit ook alweer, heb ik genoeg vaseline opgesmeerd, heb ik genoeg gedronken, staat mijn supportteam met eten wel op tijd langs te kant, wie ga ik allemaal langs de kant zien en wat gaat er met me gebeuren na 35 kilometer? Nou. Dan begint de hel van de marathon kan ik je nu vertellen. De eerste 32 kilometer ging alles volgens plan, ik zat er lekker in en kon mijn tempo goed volhouden. Ik genoot van het publiek langs de kant, ik ging zelfs sneller lopen als ik bekenden zag. Het drinken en eten ging ook prima. Eigenlijk had ik nergens last van. Normaal gesproken overdenk ik mijn hele leven tijdens een wedstrijd. Dat had ik nu ook niet. Ik was alleen maar bezig met lopen. Tot ik op kilometer 32 opeens pijn voelde aan mijn benen. Van het ene op het andere moment dacht ik: ik heb pijn, hoe kan dat nu? Pijn die ik niet verwacht had om te voelen. Iedereen zegt natuurlijk wel dat een marathon pijn doet. Maar ik dacht eigenlijk dat dat gewoon mentaal zou zijn (beetje onderschat?!). Dat je jezelf moet pushen om door te zetten, om net die grens over te gaan.

Vanaf kilometer 35, dacht ik: ik heb écht heel veel pijn. Alsof mijn bovenbenen opeens dachten: we hebben geen zin meer, we zetten een blokkade op. Ik kon vanaf dat moment ook alleen maar focussen op de pijn. Ik zag mijn tempo oplaag gaan en ik genoot niet meer. Mijn lichaam blokkeerde. Elke stap vooruit voelde als een hel. Ik werd misselijk en wilde niet meer eten en drinken. Maar ik moest. Want zonder eten en vooral drinken zouden de laatste meters nog erger worden. De bemoedigende woorden van mensen die op kilometer 39 riepen dat het het nog maar een klein stukje was, vervloekte ik. Weet je wel hoe lang 3 kilometer zijn als je lichaam op is?, dacht ik. Bij elke stap vocht ik tegen een soort van windkracht 10 in mijn benen. Doordat mijn lichaam protesteerde en mijn energie op was, protesteerde mijn maag ook. Ik dronk, maar spuugde het al snel weer uit. Op kilometer 40 wilde ik niet meer. Maar het enige dat ik dacht was, doorlopen je hebt hier zo hard voor getraind, je kunt niet stoppen, je doet dit voor jezelf, om trots te zijn. Opgeven is geen optie.

Geen halleluja moment.
Dat halleluja moment op de Coolsingel bleef dan ook uit. Ik kan mij er ook niet veel meer van herinneren, want het enige dat ik de laatste kilometer wilde, was stoppen, niet meer hardlopen. Toen ik over de finish kwam in een tijd van 3.20.09 was ik teleurgesteld. Waarom had ik niet 9 seconden sneller gelopen? Maar ik kon niet meer lopen. Ik had ook ergens op het einde besloten, dat het niet meer uitmaakte. Alleen uitlopen was belangrijk. Alleen dat was ik toen even vergeten. Ik dacht alleen maar: wat doet dit $%#&%^ veel pijn, waarom doe ik dit vrijwillig? Nooit meer. Ook toen ik die medaille omgehangen kreeg, dacht ik alleen maar dat ik niet meer wilde lopen. De weg terug naar de kleedruimtes voelde dan ook als een tweede marathon. Echt trots op mijzelf was ik nog niet. Dat mega emotionele moment kwam ook niet.

Toch, is het magisch, zo’n eerste marathon. Niet omdat het pijn doet en omdat je 42 kilometer gelopen hebt. Maar omdat je er zo naartoe leeft en je jezelf overtreft. Je voelt je gaandeweg zo sterk worden. Je doet iets wat je nooit voor mogelijk had gehouden. En ondanks dat het nooit was gelukt zonder de support en de trainingsloopjes, doe je het zelf. Niemand loopt die marathon voor je. Ik ben nu mega blij met mijn debuuttijd. Mijn medaille hangt naast mijn bed en voordat ik ga slapen kijk ik er even na. Ik heb het toch maar gedaan. Hier mag, nee moet, ik alleen maar trots op zijn. Ik ben deze marathon namelijk niet gaan lopen omdat ik een toptijd wilde lopen. Ik deed het voor mijzelf, om mijn liefde voor het hardlopen terug te vinden. Hetgeen waar ik goed in ben, waar ik altijd zo van genoot. Dat gevoel is terug. Ik weet weer waarom ik loop en waarom ik het zo fijn vind. Want hardlopen is voor mij meer dan alleen hardlopen, het verbindt mensen, het laat vergeten, heelt de wonden, geeft energie, zelfvertrouwen, laat je zien dat de wereld heel erg mooi is en haalt het beste uit jezelf. En ooit, loop ik die 9 seconden er nog wel af.

The end.
De magie en de hel van de marathon, die heb ik denk ik wel mogen ervaren. Rotterdam is een ontzettend mooie stad om de marathon te lopen. De sfeer langs de kant is fantastisch. Je bent 42 kilometer lang een held. Het is echt een feestje, al voelt dat na 35 kilometer niet meer zo. Mijn marathonsprookje is voorbij. Ik heb er heel erg van genoten. Zonder alle support langs de kant met gelletjes, water, sportdrank en ballonnen, de moedigende woorden vooraf om de zenuwen weg te nemen én de nodige trainingsuurtjes met mijn hardloopvriendjes was het niet zo’n mooie eerste-marathon-ervaring geworden. Ik heb in het voortraject tijden gelopen die ik nooit voor mogelijk had gehouden. Een PR op de halve marathon, een PR op de 10 kilometer én een fantastische tijd op de marathon. Zo bizar, dat dit allemaal in een paar maanden is gelukt. Soms kan ik het niet geloven. Ik vind het dan ook heel erg jammer dat het voorbij is. Of ik ooit weer een marathon loop? Vast wel. Maar wanneer weet ik niet. Voor nu ga ik rusten en nog een tijdje proberen na te genieten van alle mooie tijden. Daarna ga ik kijken wat mijn volgende doel is. Hopelijk kan ik je dan ook weer wat meer hardlopende reisverhalen vertellen. Tot snel.

Liefs,
Lou

 

 

 

 

 

 

 

Lou

Lou houdt van reizen, hardlopen én schrijven. En het liefst allemaal tegelijk. Zo vaak, als haar 24 vakantiedagen het toelaten, probeert ze te reizen. Ze droomt dan ook over het ontdekken van de wereld op haar hardloopschoenen.

3 Comments
  • Mirjam veldman

    Knap gedaan Marlou! Mag je zeker trots op zijn!!

    17 april 2017 at 20:00 Beantwoorden
  • Fleur van Dommelen

    Wauw! Nogmaals: ik ben echt mega trots op je Marlou! Liefs Fleur

    17 april 2017 at 20:42 Beantwoorden
  • Arie

    Kolere. Wat een debuut tijd! Echt heel erg knap.

    17 april 2017 at 23:49 Beantwoorden

Plaats een reactie